De Schiedammer Online https://deschiedammer.nl/Portals/1/Logo/s-logo.png

Kunst van en voor verzamelaars, toegankelijk en verrassend

Jan Henderikse blijft een kwajongen

Jan Henderikse blijft een kwajongen

SCHIEDAM - Jan Henderikse wil eigenlijk dat je je ogen opendoet en dat je ziet wat je al kent, maar waar je nooit acht op sloeg. Er zit altijd een verhaal achter, al die dingen zijn van mensen geweest. Het idee dat er achter al die dingen een verhaal zit, maakt het spannend. Die spanning voel je in de tentoonstelling van de 81-jarige kunstenaar, vanaf zondag 4 maart te zien in het Stedelijk Museum Schiedam. Gastconservator Antoon Melissen gaf een preview.

door Louise Melchers

'Het was een feest om de tentoonstelling te maken,' vertelt Antoon Melissen en ook Jan Henderikse genoot er volgens Melissen van om werk dat hij soms meer dan 40 jaar niet had gezien weer te kunnen aanschouwen. Als oud-Delftenaar is Jan er reuzetrots op om in Schiedam te mogen exposeren. In zijn hart voelt hij zich nog erg bij de regio betrokken en hij doet niets liever dan met oude bekenden nog eens lekker plat Delfts praten.

Wat velen niet weten is dat Jan Henderikse in de jaren '50 ook poëzie schreef. Dat had alles te maken met Jan Schoonhoven, de Delftse meester, zijn mentor, zijn grote leermeester,  die hij vanaf zijn 14e kende en die vond dat Jan Henderikse heel leuk tekende en dat hij ermee door moest gaan. Het huis van Van Schoonhoven zat in die tijd 's avonds altijd vol met kunstenaars, bevriende schrijvers, muzikanten en er werd gewerkt, muziek gespeeld en poëzie voorgedragen. Daar was Jan Henderikse toen ook al bij. Ze vonden het heel belangrijk om alles te proberen en het maken van gedichten hoorde daar ook bij.

We lopen de tentoonstelling in wording door. In de eerste zaal maken we kennis met werk uit begin jaren '50. Als je aan Jan Henderikse denkt, denk ja aan alles, maar je denkt niet aan schilderkunst. Tot circa '50 was hij echter  echt aan het schilderen. Hij begon met action painting à la Jackson Pollock, maar zijn werk werd steeds rustiger, tot hij in '59 een wit schilderij maakte en ja, wat moet je nu nog maken na een wit schilderij? In die tijd verhuisde hij naar Düsseldorf in Duitsland en toen was het schilderen voorbij.

Hij leerde daar andere kunstenaars kennen die op datzelfde moment een beetje los begonnen te komen van de schilderkunst en op zoek gingen naar andere materialen. Dit zorgde bij Henderikse voor een nieuwe atmosfeer, weg van Delft.  Hij ging aan de slag met spullen die hij verzamelde terwijl hij samen met zijn vrouw langs de Rijn liep. Alles wat klein was, moest mee naar huis en dat plakte hij dagelijks op panelen. Ook de panelen zelf waren vaak gevonden voorwerpen, zoals oude reclameborden of een raamkozijn.

Dit werk is een soort dagboek van zijn leven geworden. In het begin zitten er ook nog wat dingen tussen die hij al eerder uit Delft meenam, zoals kurken van de firma Vrijmoed uit Schiedam. De verzamelwoede nam echter zulke proporties aan dat zijn vrouw en hij zich 's avonds om naar bed te kunnen gaan een weg moesten banen door alle verzamelde spullen heen.

Het vroegere werk ziet er een beetje vies uit. Dat komt onder meer omdat het echt uit gevonden voorwerpen bestaat, maar ook omdat het oudere plastic een beetje aan het verteren is en in de loop der jaren ook wat viezer wordt. Het is ook nooit de bedoeling geweest dat het werk schoon zou zijn.

Op een gevonden raamkozijn heeft hij verroeste spuitbussen vastgemaakt.  Jan geeft zijn werk in het begin niet altijd titels. Mensen vroegen hem wat zijn werk nu eigenlijk voorstelde. Hij antwoordde altijd: 'Het stelt voor wat het is. Het zijn spuitbussen op een oud raam. Het is het dagelijks leven waar ik kunst van gemaakt heb. Nu is het niet meer van de straat, maar nu is het kunst, omdat ik dat zeg.'  Wat hij laat zien en zelf heel interessant vindt, is dat hij de normaalste dingen, waar we gewoonlijk geen acht op slaan, bij elkaar brengt en laat zien hoe mooi dat eigenlijk is. 'Wie staat er nu eigenlijk stil bij de schoonheid van een kurk?' Je kijkt opeens met hele andere ogen naar de dagelijkse dingen.

Later gaat Henderikse zijn werk wel titels geven en dan merk je dat hij vroeger ook dichter is geweest. Hij houdt van spelen met taal en van woordgrapjes, zoals 'Jan Henderikse uses Common Cents', hij gebruikte niet alleen centen, maar ook zijn gewone verstand.

De verzamelde spullen geven echt een sfeer van de tijd weer. Zo zie je vanaf de jaren '60 steeds meer plastic voorwerpen op de tableaus omdat plastic een steeds gangbaarder materiaal wordt.  De maatschappij wordt rijker, het wordt een consumptiemaatschappij en dat vind je ook terug in het werk. Wat Henderikse bezighoudt is de cyclus: vandaag willen we het hebben en morgen danken we het weer af. We willen alsmaar meer en de volgende dag zijn we het weer vergeten en willen we weer iets anders. Dat heeft te maken met begeerte. Antoon: 'Jan ontspult niet. Jan Henderikse is echt een verzamelaar. Ook hij begon met een postzegelverzameling.' Antoon vertelt dat je vooral geen spullen bij Jan Henderikse thuis moet laten liggen. Zo was hij een keer zijn zonnebril vergeten en een tijdje later vond hij deze terug, verwerkt in een kunstwerk.

In '62 maakte Jan Henderikse voor het Stedelijk Museum Amsterdam een kunstwerk met houten bierkratjes en beugelflesjes bier. Hij kwam op dit idee omdat hij bijrijder op een biertransport was. Naast zijn kunst moest hij namelijk, net als zijn grote voorbeeld Jan Schoonhoven, altijd werken om aan de kost te komen. Hij was bijvoorbeeld ook rondleider bij boottochtjes op de Rijn en in New York was hij conciërge bij een appartementencomplex. Hij deed van alles. Hij bedacht ook dat het leuk zou zijn om tijdens de opening hele kratjes bier van de marmeren trappen te gooien zodat het mooi schuimend zijn weg naar beneden zou kunnen vinden. Willem Sandberg, indertijd directeur, vroeg aan hem of hij van God los was... hij had daar ook nog Van Goghs hangen. Ook wilde hij graag bij de uitgang een flitsapparaat plaatsen, zodat mensen als ze naar buiten gingen, nog tijdenlang vlekken voor hun ogen kregen, of zoals Jan het zei: 'kunst om mee te nemen.'

Hij vond bierkratjes ontzettend decoratief. Voor één enkel kratje geldt dit misschien niet, maar met zo'n aantal kratjes bij elkaar is dat anders. Het zijn ook hele mooie kratjes. Later heeft hij het nog wel eens gedaan met plastic kratjes, maar dat werd niet echt een succes. In 2015 pikte een journalist van de New York Times juist dit werk eruit op een groepstentoonstelling met 60 kunstenaars in het Gugenheim in New York om een artikel over te schrijven. De journalist schreef dat als je de kunstenaar niet zou kennen, je zou kunnen denken dat dit werk nog niet zo lang geleden gemaakt is door een jonge kunstenaar. 'Dit is fris, dit is jong, dit is van vandaag.' Daar was Henderikse natuurlijk heel trots op.

In '63 verhuist Jan naar Curaçao. Bij een kunstenaar die werkt met wat de omgeving hem biedt, is dit ook direct te merken in zijn werk. Het werk wordt veel kleurrijker. Er was in die tijd veel verontreiniging, want ook toen al gooide iedereen maar van alles in zee. Daar schrok hij van, maar het was tegelijkertijd een enorme goudmijn aan materiaal.  Het werk wordt echt uitbundig. Vanaf toen ging het hem ook opvallen hoe grauw en grijs Nederland eigenlijk was.

In de zaal Common Cents zie je al zijn werken met munten. Hij gebruikt allerlei soorten munten, afhankelijk van de plek waar hij het werk maakt of zoals hij zelf zegt: 'Ik ben net een biologisch restaurant, ik gebruik alleen plaatselijke producten.' In de zaal staat ook een readymade met  1 miljoen dollar in versnipperde dollarbiljetten. Er is ook een gigantische baal waarin versnipperde dollarbiljetten zitten , massief, die met vijf man sterk getild moet worden. Hij heeft hem van de bank in Amerika gekregen en op een sokkel gezet met een mooie vitrine eromheen.  Het is ook een beetje een spel. Wat is kunst nu waard? Is kunst geld waard, is kunst geld, of is geld kunst? Het was ooit iets waard, toen was het niets waard, nu is het een kunstwerk geworden en is het weer iets waard geworden omdat het een kunstwerk is en nu is het van onschatbare waarde, zoals Hendrikse zelf heeft gezegd.

Jan is altijd tegen elitaire kunst geweest, hij wil graag de straat het museum in. Hij wil ook laten zien dat ook het alledaagse kunst kan zijn en dat het niet altijd om duur brons hoeft te gaan. Je zou kunnen zeggen dat iedereen kan maken wat Jan maakt. Wat heel gek is, volgens Antoon Melissen, is dat je op de een of andere manier altijd direct ziet, dat het een werk van Jan is. Jan is heel invloedrijk geweest, hij heeft veel invloed gehad op jongere kunstenaars, maar je herkent altijd de hand van Henderikse in zijn werk. Dat is eigenlijk gek, het is ook een beetje het mysterie van die kunst, want eigenlijk zit er geen handschrift in. Het zijn gewoon spullen die zijn samengebracht, maar je herkent altijd wanneer het van Henderikse is. Bovendien was het zijn idee om spullen van de straat te halen en ze bij elkaar te plaatsen en te zeggen: dit is mijn kunst.

Er zijn ook hele oude 8-mmfilms te zien die rond 1976 gemaakt zijn door Henderikse. Antoon vertelt dat hij dat werk in het begin niet helemaal snapte. Er zijn bijvoorbeeld filmbeelden gemaakt van Broadway, de beroemde straat in New York. Hij heeft daar een kunstenaarsboek van gemaakt, een soort harmonicaboek van 75 meter lang, met op elke pagina een foto van een kruispunt van Broadway en die straat is zo'n 9 tot 10 km lang, dus dat zijn er heel wat. Hij heeft daar ook een film van gemaakt. De NOS heeft hem toen geïnterviewd waarop Jan Henderikse in de camera zei: 'We zijn nu op Broadway en Broadway is vanaf nu een kunstwerk van Jan Henderikse. En waarom? Omdat het mijn idee was en ik zeg het, en daarom is het zo. Ik ben een gediplomeerd kunstenaar en ik weet het.'  (Jan Henderikse heeft een diploma van de Vrije Academie in Den Haag).

Behalve een documentaire over het leven van Jan Henderikse zijn ook twee van zijn kunstfilms te zien. Een film is een hommage aan Piet Mondriaans Boogie Woogie, een schilderij dat in het Gemeentemuseum in Den Haag hangt. Jan heeft vanaf het dak van een wolkenkrabber van Fifth Avenue een filmpje gemaakt van de autolampjes. Hoe mooi kan dat zijn in het donker.  Een andere film is een film waarin hij vastlegt hoe hij een kunstwerk met ijs maakt. Hij doet dit in Manhatten, het is stervenskoud en hij sproeit elke avond water op een tafel en maakt er dan een polaroidfoto van.

Een werk dat ongetwijfeld veel mensen zal trekken is een muurvullend werk met allemaal plaatjes van baseballspelers. De plaatjes zijn stuk voor stuk opgeplakt en doen denken aan de voetbalplaatjes die menig jongetje nog steeds verzamelt. Het ziet er prachtig en kleurrijk uit en je mag er ook om lachen. Het laat zien dat Henderikse eigenlijk nog steeds een kwajongen is.

Op Curaçao maakt hij ook veel nummerbordenwerken. Hij maakte panelen met stofjes, die uit de winkel kwamen en vooral niet artistiek mochten zijn waarop hij nummerborden plaatst. Hij speelt altijd een beetje met het idee van wie zo'n nummerbord nu eigenlijk geweest kon zijn. Zat het op een auto waarin mensen elkaar liefhadden of juist de tent uit vochten. Zijn werk brengt je fantasie op gang. Welke verhalen zitten erachter?

Er is een kunstwerk dat bestaat uit allemaal nummerborden uit 1963. In Curaçao was het toen gebruikelijk om elk jaar een nieuw nummerbord te krijgen. Dus hij verzamelde ze en kreeg ze. Toch zit er ook een persoonlijk verhaal aan dit kunstwerk, want hij heeft het nummerbord van zijn eigen auto en dat van zijn schoonouders ook gebruikt. Het werk behoort tot de collectie van Stedelijk Museum Amsterdam en wordt nog regelmatig op grote tentoonstellingen geëxposeerd.

De tentoonstelling eindigt met twee verlichte panelen waarop devote bedlampjes te zien zijn. Ze hangen nog niet, maar het moet een spectaculair gezicht worden.

Fotobijschrift: gastconservator Antoon Melissen wijst aan welk nummerbord van Jan Henderikse was. PP2A 1963, collectie Stedelijk Museum Amsterdam; Cut-Rite, 1966, Collectie Centraal Museum Utrecht

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Meest gelezen: