De Schiedammer Online https://deschiedammer.nl/Portals/1/Logo/s-logo.png

Adriaan van Dis roept op tot vermenging

Adriaan van Dis roept op tot vermenging

SCHIEDAM - Na de oorlog zocht mijn moeder naar de vader van mijn drie donkere zusjes. Een Nederlandse KNIL-militair aan wie dit ter ore kwam, bood zich aan om te helpen met zoeken. Zie hier, het resultaat, zittend naast een kerstster in de bibliotheek in Schiedam. De vader van mijn halfzusjes bleek onthoofd te zijn.

door Jan Schrijver (foto's door Louise Melchers)

Zo zette schrijver Adriaan van Dis zich gisteravond neer in de Korenbeurs, waar hij de spreker was op het laatste Literair Café van dit kalenderjaar. Het was een volle bak tijdens dit Literair Café, waar net voor aanvang stoelen werden bijgezet en waar ook nog wat mensen aan statafels geposteerd waren. “Nee, ik wil niet dat er mensen staan. Dat is niet fijn. Hier naast mij zijn nog plaatsen vrij, en daar, daar kun je zelfs liggen. Kom maar naar voren”, zei Van Dis nog voordat hij van wal wilde steken met zijn verhaal. Naar Van Dis – niet alleen schrijver maar ook televisiepersoonlijkheid - luister je, zo bleek. Hij bouwde naam op als strenge interviewer, zijn vraaggesprekken leverden menigmaal spraakmakende televisie op. Van Dis gaf aan zich overigens nooit professioneel interviewer te hebben gevoeld. De door hem op televisie afgenomen interviews hebben hem weliswaar veel gebracht, zoals bekendheid, maar keerzijde was dat zijn plaats als schrijver tussen de schrijvers daarmee wat in het gedrang kwam. En schrijver, dat is wat Van Dis zich voelt. Elke schrijver haalt ergens zijn vorming vandaan.

De jonge Adje groeide de eerste tien jaar van zijn leven op in een zogenoemd repatriantenhuis in Bergen aan Zee. Een huis voor uit Indonesië terugkomende Indische Nederlanders, voor Indo’s. “Dat zijn halfbloeden, Nederlands bloed gemengd met bloed uit de archipel. Tegenwoordig ook wel dubbelbloed genoemd. Wij zeiden ook wel, INDO, In Nederland Door Omstandigheden. In het repatriantenhuis allemaal mensen, die vernedering ervaren hadden. Die hun status verloren hadden. Binnen in het huis aan de gezamenlijke rijsttafel werd erover gesproken, buitenshuis spraken zij er niet over. Dat deed je niet. Bovendien waren de Nederlanders er niet in geïnteresseerd, die hadden in de oorlog zelf tulpenbollen gegeten of in het verzet gezeten. Mijn vader had schipbreuk geleden toen zijn schip werd getorpedeerd. Hij wist zich in zee aan een plankje vast te klampen. Zo’n plankje deel je niet met andere drenkelingen. Hij behoorde bij het kleine deel van de bemanning dat gered werd, maar het is niet zo gek dat hij in Nederland in zijn kamertje lag te tellen, en te tellen. Hij werkte op Sumatra aan een spoorlijn voor de Jappen. Hij overleefde het kamp. En eenmaal in Nederland terug kreeg hij van de Nederlandse staat een rekening voor zijn uniform dat hij kwijt was. Hij was werkeloos. Hij was getikt en overleed toen ik tien jaar was.”

De moeder van Van Dis kwam uit een streng christelijk milieu in de Zeeuwse regio. Zij ontmoette haar prins op het witte paard, een Indo die op de KMA studeerde in Breda. Zij ging met hem mee naar Indonesië en kreeg drie dochters van hem, waarna hij in de oorlog in de jungle verdween. Met haar tweede man, de vader van Adriaan van Dis, kon ze niet trouwen, omdat hij formeel nog getrouwd was met een moslima in Indonesië. Na de dood van haar tweede man, leek ze nog maar een doel in het leven te hebben: de kleine Ad opvoeden. Dat deed zij op nogal esoterische wijze, met geloof in reïncarnatie en al hand lezend en tarotkaarten leggend. “Mijn moeder was zeg maar een vrolijke heks in een nieuwbouwwijk in Hilversum”, zo omschreef hij, meteen aangevend dat het op scholen in deze stad was waar hij zijn geaffecteerde uitspraak had opgepakt. “Ik ben er nu net weer een beetje van af”, zei de aanstaande zondag 72-jarige schrijver. Nadat hij het huis uit was, verkoelde de relatie met zijn moeder. “Ik had een moeder waar ik een afspraak moest maken als ik langs wilde gaan.” De contactfrequentie nam af. Toen zijn moeder oud van dagen werd, begon zij zelf weer het initiatief te nemen om met haar zoon te spreken. Ze belde. Het waren korte gesprekken, maar interessant. Van Dis legde de gesprekken vast. Ging vervolgens bezoeken brengen aan zijn moeder, gewapend met een notitieboek. Het werden moeizame maar waardevolle interviews, getuige zijn in 2015 uitgegeven boek ‘Ik kom terug’. Aan de zaal geeft Van Dis het advies om er niet mee te wachten je ouders te interviewen, ook al staan ze er niet altijd voor open, en heb je nog grootouders, die zitten veelal meer op hun praatstoel en die gesprekken kunnen je ook waardevolle inzichten verschaffen over je ouders en daarmee over jezelf.

Voor wat betreft identiteit benadrukt Van Dis dat het heel vaak over je kleur gaat. Hij zelf geeft op een vraag uit de zaal aan 12,5% bloed uit de Archipel te hebben, en de rest ‘blank bloed’. Met alle maatschappelijke discussies die er over ‘kleur’ zijn, krijgen we nu de rekening van ons kolonialisme gepresenteerd. De kolonialen hebben - toen - trouwens nooit gezegd: kom maar binnen met je knecht. Jonge intellectuelen - nu - in landen als India of Zuid-Afrika, zijn zeer anti-westers. Het zijn spannende, maar verwarrende tijden.

Slechts 9% van de wereldbevolking is ‘wit’, dus het wordt de hoogste tijd dat we ophouden voor het reilen en zeilen in de wereld vanuit ons ‘witte’ perspectief te denken. We willen altijd maar ‘zuiver’ zijn, nou, ik geef u op een blaadje, als we hier onder het publiek van vanavond een onderzoek zouden doen, wie er geen gemengd bloed heeft, dan zouden dat er maar heel erg weinig zijn. En ik zou u toch vooral willen zeggen: ga verder u te vermengen. Misschien wel een goed idee dat u vanavond, zoals u hier aanwezig bent, allemaal naar bed gaat met elkaar, zo zette Adriaan van Dis op zijn geheel eigen wijze een punt achter de avond.

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Meest gelezen: