De Schiedammer Online https://deschiedammer.nl/Portals/1/Logo/s-logo.png

Bekroond schrijver in de Korenbeurs

Oek de Jong en de pijn van het schrijven

Oek de Jong en de pijn van het schrijven

SCHIEDAM - Op donderdagavond 22 februari bracht schrijver Oek de Jong op uitnodiging van het Literair Gezelschap Schiedam een bezoek aan de bibliotheek in de Korenbeurs. Hij werd voor het Literair Café ten overstaan van het aanwezige publiek geïnterviewd door Ursula van Riel over zijn schrijverschap, zijn boeken en zijn toekomstplannen. Het werd een interessante avond.

door Louise Melchers

Het eerste werk van Oek verscheen in 1977, 'De hemelvaart van Massimo', een bundel korte verhalen. Zijn bekendste boeken zijn de romans 'Opwaaiende zomerjurken' (1979), 'Cirkel in het gras' (1985), 'Hokwerda’s kind' (2002) en 'Pier en oceaan' (2012). Voor dit laatste boek ontving hij in 2013 de F. Bordewijk-Prijs, de Zeeuwse Boekenprijs en de Gouden Uil. Zijn werk werd in negen landen vertaald en bekroond met diversen literaire prijzen, waaronder de Busken Huetprijs in 1997 voor 'Een man die in de toekomst springt', een bundel essays en reisverhalen. Zijn werk 'Hokwerda's kind' wordt binnenkort verfilmd door Boudewijn Koole, zo maakte hij tijdens deze lezing bekend en had Schiedam een primeur. Hij werkt momenteel aan een nieuw boek dat naar alle waarschijnlijkheid volgend jaar zal verschijnen.

Oek de Jong (1952) groeide op in Goes en heeft kunstgeschiedenis gestudeerd in Amsterdam. Toen hij daar op zijn 18de ging studeren had hij naar zijn zeggen een behoorlijke culturele achterstand. Hij is deze toen snel gaan inhalen door onder meer heel vaak naar de bioscoop te gaan. Daaruit heeft hij opgepakt dat films uit scenes bestaan en gemonteerd worden. Dat montageprincipe heeft hij overgenomen in zijn schrijfwerk. Het hele boek 'Pier en oceaan' is opgebouwd uit scenes. Hij schrijft geen samenvattende passages waarin in één enkele bladzijde tien jaar samengevat worden. Hij verbeeldt alles met scenes en gaat heen en weer in de tijd door deze te monteren.

Hij noemt het boek 'Pier en oceaan' een driegeneratiesroman. Dit soort boeken wordt al zo'n tweehonderd jaar geschreven, bijvoorbeeld door Stendhal. Oek kijkt graag naar de traditie van de 19e en 20e eeuw, maar hij wil er dan ook graag iets mee doen. Hij wil dan dat er iets nieuws mee gebeurt. Een van die nieuwe dingen is de proloog van de roman. De eerste 100 bladzijden gaan over de moeder en de vader en de hoofdpersoon is slechts in de baarmoeder aanwezig. Het boek begint eigenlijk pas in de hongerwinter, een periode waarin de moederfiguur net als zijn eigen moeder net op tijd uit Amsterdam kon ontsnappen. Een periode waarin honderdduizenden mensen zijn omgekomen. Het verhaal loopt door tot eind jaren '60, begin jaren '70 waarin de grote welvaart begint. Dat is de grote boog die Oek de Jong wil laten zien door middel van zijn drie generaties. Hij noemt het werk een polyfone roman, met heel veel stemmen, verhaallijnen, heel veel sprongen in de tijd, binnen één hele grote chronologisch lijn.

Er zijn heel veel gedetailleerde beschrijvingen in het verhaal, maar voor Oek de Jong betekenen deze beschrijvingen actie. Hij is niet geïnteresseerd in de 19de eeuwse beschrijvingen, waarin een personage even wordt stilgezet en een karakter wordt geschetst. Een goed voorbeeld hiervan is de beschrijving van de resident in 'De stille kracht' van Louis Couperus, waarin de man in één pagina wordt neergezet. Dat doet Oek niet. Oek is ook erg geïnteresseerd in de binnenwereld van mensen en hij is als auteur ook erg gericht op het bespelen van de zintuigen van zijn lezer. Hij wil hiermee de lezer in het verhaal trekken, maar wel snel. In een paar zinnen wil hij iets kunnen neerzetten.

Door zijn studie kunstgeschiedenis en zijn vakanties naar Italië leerde hij heel goed kijken. Elke schrijver is autodidakt. Je bent altijd schatplichtig aan je voorgangers. Naast Couperus is Tolstoi een belangrijke inspiratiebron voor Oek. De eenvoud en de klassieke bouw van Tolstoi spreken hem aan. De manier waarop hij een roman componeert, het ritme dat erin zit, dat vindt hij inspirerend. Hij gebruikt dat ook in 'Pier en oceaan'. Elk hoofdstuk is bijvoorbeeld zo'n 15 pagina's lang en er zit een soort golfslagbeweging in. De hoofdstukken worden weer onderverdeeld in kleine elementen zoals je ook vaak in Italiaanse bouwstijlen terugziet. Daarnaast heeft hij heel veel opgepakt uit de klassieke muziek van o.a. Mozart en Beethoven.  

Hij probeert zo zuiver mogelijk Nederlands te schrijven en anglicismen en germanismen te vermijden. Daarbij schuwt hij het niet om ook wat archaïsch aandoende woorden te gebruiken als dat beter past in het ritme van een zin. Zo gebruikt hij naast 'sinds' ook 'sedert', dit tot soms grote ergernis van zijn uitgever. Ook wil hij  laten zien dat mensen vroeger op een andere manier spraken én dachten. Een voorbeeld hiervan is wat de grootvader, een diepgelovig mens, in 'Pier en oceaan' zegt: 'God zorgt, kind. God zorgt.' Daarnaast houden de sociale media hem bezig. De manier waarop mensen zich nu hierop 'laten gaan' is altijd geweest, alleen hoorde je dat vroeger alleen op de markt en in de kroeg.

Na 'Cirkel in het gras' is het een tijd stil geweest rondom Oek de Jong. Het schrijven is voor hem een pijnlijk proces. De meeste schrijvers schrijven per levensfase een boek of drie. Voor Oek de Jong geldt dit niet, hij schrijft er, zoals schrijver Willem Jan Otten opmerkte, ongeveer één per levensfase en dat is nog dik ook. Voor hem zijn romans sterk verbonden met persoonlijke problematiek, maar dan niet op een autobiografische manier, maar zo dat iedereen zich ermee kan verbinden. Oek: 'Ik ben niet geïnteresseerd in een puur autobiografisch schrijven. Elke roman is een diepe afdaling. Door beelden word ik een bepaalde kant opgestuurd. Vaak probeer ik daar in het begin nog aan te ontkomen, maar zoals Flaubert zei, het is niet de schrijver die het onderwerp kiest, maar het onderwerp dat de schrijver kiest. Zo is het voor mij ook.'

Het schrijven van een boek is vooral in het begin een zwaar proces. De eerste twee jaar is De Jong vaak onzeker en vraagt hij zich af of hij niet twee jaar van zijn leven aan het verspillen is. Gaat het wel iets worden? Dat is het belangrijkste probleem. Naarmate hij ouder wordt, wordt dit probleem voor hem steeds dringender. Vooral toen hij 60 werd, werd hij zich nog meer bewust van het feit dat het leven eindig is en dat het aantal boeken dat hij nog zal kunnen schrijven gelimiteerd is.

Bij het boek 'Hokwerda's kind' begon Oek met het middendeel. Hij kwam op het spoor van een vrouw die haar minnaar vermoordt. 'Je probeert de psychologische ontwikkeling van een vrouw te traceren, een gewoon meisje dat in haar jeugd door een enigszins sadistische vader is mishandeld en dat uit een gezin komt met gescheiden ouders. Je begeeft je in de psyche van een gewoon iemand die tot zo'n daad komt. Dit kan je uiteindelijk opbreken.'

Momenteel is hij bezig met een roman die verder gaat waar Hokwerda's kind gebleven was. De hoofdpersoon is een 59-jarige schilder. 'Hij heeft op zijn veertiende de dood van een meisje veroorzaakt en moet daar vervolgens de rest van zijn leven mee rondlopen. Waarom zit het kwaad in mensen? Waarom zijn we bereid om kwaad te doen? Deze moord is eigenlijk geen moord met voorbedachte rade, maar een 'dood door schuld'. Als 35-jarige sta je anders in deze problematiek dan dat je ouder bent. Het is ook een verhaal over een langdurig huwelijk, ze zijn al 20 jaar bij elkaar en komen in een hele diepe huwelijkscrisis terecht.'

Om dit verhaal te kunnen schrijven moet Oek de Jong zich aan het onderwerp overgeven. Hij documenteert zich wel, maar hij vindt dat het in de eerste plaats uit hemzelf moet komen, want dan krijgt het een authentieke kracht. Hij zet geen psychologische theorie om in een personage. Het moet van binnenuit komen. Het is vaak een klus om 'erbij' te komen. Om die reden kost het hem dan ook veel tijd en energie om een roman te schrijven.

Foto's door Jan Schrijver

1 commentaar(en) op artikel "Oek de Jong en de pijn van het schrijven"

Goed verslag Louise!

Aan mijn vriendin die de avond met Oek de Jong gemist had, omdat ze ziek was, heb ik het doorgestuurd. Zo kan ze toch een behoorlijk goed beeld van die avond krijgen.

En aan mijn zus Marjolein heb ik een foto van jou gemaild en haar laten raden wie dàt nou was......

Nou, ze wist het meteen, hoor. Ze heeft je nog wel eens ontmoet toen ze in de Bibliotheek van Delfshaven werkte en jij als lerares op bezoek kwam. (20 à 25 jaar geleden?)

Groeten (ook van Wiebe)

Annemieke Hoogeveen-Landsbergen

Door: Annemieke Hoogeveen-Landsbergen Op:

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Meest gelezen: