LANDELIJK - Het praktijkonderwijs levert Nederland veel op. Dat is de conclusie van de nieuwste editie van de Staat van het Praktijkonderwijs. Voor het eerst zijn de maatschappelijke baten van de taaltrajecten in het praktijkonderwijs berekend: bijna vijfduizend euro per leerling. De waarde van het praktijkonderwijs is nog groter. Leerlingen stromen succesvol uit naar de arbeidsmarkt en het praktijkonderwijs blijkt een kansrijke route naar het mbo.
Verder valt in de Staat van het Praktijkonderwijs te lezen dat de instroom van leerlingen uit het basisonderwijs flink is gedaald, terwijl de instroom vanuit het vmbo in het tweede en derde jaar flink is toegenomen. Dit is een gevolg van het beleid rondom kansrijk adviseren.
Nicole Teeuwen, voorzitter van de Sectorraad Praktijkonderwijs: “Gezien de bewezen maatschappelijke meerwaarde van het praktijkonderwijs is het onbegrijpelijk dat het kabinet blijft vasthouden aan het voor het praktijkonderwijs desastreuze beleid van kansrijk adviseren.”
Maatschappelijke batenanalyse taaltrajecten
Praktijkonderwijs is regulier voortgezet onderwijs en is bedoeld voor kinderen tussen de twaalf en achttien jaar die sterk zijn in praktische vakken. De leerlingen leren in kleine klassen, in hun eigen tempo en vooral vanuit de praktijk. In de bovenbouw lopen zij drie of vier dagen per week stage. Professor dr. Maurice de Greef van de Vrije Universiteit in
Brussel heeft in opdracht van de Sectorraad Praktijkonderwijs een maatschappelijke batenalayse gemaakt van de taaltrajecten in het praktijkonderwijs.
Op basis van een door PWC, Stichting Lezen & Schrijven en de gemeente Amsterdam ontwikkeld model is het mogelijk het rendement van de taaltrajecten te berekenen. Uit de maatschappelijke batenanalyse blijkt dat de verbeterde taalvaardigheid van leerlingen door de op het praktijkonderwijs aangeboden taaltrajecten leidt tot minder zorgkosten, minder uitkeringen, een hoger brutoloon en hogere belastinginkomsten. De gemiddelde baten bij een aantal van 1000 deelnemers is ongeveer € 4.920.000.
Kansrijke route naar mbo
Leerlingen in het praktijkonderwijs worden opgeleid voor banen in sectoren waar een groot arbeidstekort is, denk aan schoonmaak, bouw, zorg en groen. Na het praktijkonderwijs gaat dan ook meer dan de helft van de leerlingen rechtstreeks aan het werk. De school helpt de leerlingen bij het vinden van een passende baan. Voor deze leerlingen is praktijkonderwijs eindonderwijs. Afgelopen schooljaar is daarnaast bijna 40% van de leerlingen uitgestroomd naar een mbo-opleiding.
Uit DUO-onderzoek blijkt dat de praktijkschoolleerlingen zeer succesvol zijn op het mbo. Van de leerlingen die instromen in mbo niveau 1 haalt 80% tot 90% een diploma op dat niveau. Dit is zo’n tien procentpunt meer dan bij de vmbo-leerlingen die ongediplomeerd doorgaan naar mbo niveau 1. Van de leerlingen die het diploma mbo niveau 1 al binnen het
praktijkonderwijs hebben behaald en instromen in mbo niveau 2, haalt ruim 80% een diploma op dat niveau. Dit is ongeveer gelijk aan het succes van vmbo-b gediplomeerden die instromen op niveau 2.
Meer zij-instroom vanuit vmbo
Sinds de introductie van kansrijk adviseren en de doorstroomtoets is er minder instroom vanuit het reguliere basisonderwijs en het speciale basisonderwijs naar praktijkonderwijs. Daartegenover staat dat er meer zij-instroom vanuit het vmbo is van leerlingen die te hoog zijn geadviseerd door alles rondom de nieuwe wetgeving in de doorstroomtoets. Dit is
demotiverend en beschadigend voor leerlingen.
In 2024 is de zij-instroom vanuit vmbo leerjaar 1 met 6% gestegen ten opzichte van 2023 en met 36% ten opzichte van 2020. De zij-instroom vanuit vmbo leerjaar 2 is met 20% gestegen ten opzichte van 2023 en met 30% ten opzichte van 2020. Deze toename van het aantal zij-instromers leidt tot een toegenomen werkdruk onder docenten.
Nicole Teeuwen: “Deze cijfers laten zien dat de gevolgen van kansrijk adviseren onaanvaardbaar groter zijn dan een beetje collateral damage om het probleem van onderadvisering op te lossen.”
Aangeboden aan Caroline van der Plas
De Sectorraad Praktijkonderwijs wil met de Staat van het Praktijkonderwijs de bekendheid van het praktijkonderwijs vergroten. De Staat van het Praktijkonderwijs 2025 werd vandaag in de Tweede Kamer aangeboden aan Caroline van der Plas, fractievoorzitter van de BBB.
De Sectorraad koos voor Caroline van der Plas omdat zij goed oog heeft voor de waarde en de belangen van de praktijkscholen in Nederland. De eerste editie van de Staat van het Praktijkonderwijs werd vorig jaar in ontvangst genomen door Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks/PvdA.
Ipek en Melissa, twee leerlingen van praktijkschool De Einder in Den Haag, overhandigden de Staat van het Praktijkonderwijs. Ipek loopt stage bij een kapsalon en Melissa loopt stage op een school.
Caroline van der Plas: “Het praktijkonderwijs is goud waard voor Nederland. Hier worden jongeren opgeleid tot metselaars, heftruck- chauffeurs en zorgverleners — mensen die we keihard nodig hebben. Leerlingen en ouders mogen trots zijn op het feit dat zij Nederland draaiende houden met beroepen die niemand kan missen. Ze verdienen geen stempel, maar een steun in de rug. BBB staat pal voor het praktijkonderwijs: minder papieren beleid, meer praktische waardering.”
Fotografie en tekst
Sectorraad Praktijkonderwijs