De Schiedammer Online https://deschiedammer.nl/Portals/1/Logo/s-logo.png

Volksvermaak in Zwart Nazareth

Volksvermaak in Zwart Nazareth

SCHIEDAM - Historicus Han van der Horst, wethouder Duncan Ruseler en stadsdichter Yvette Neuschwanger verzamelden zich gisteren in wat ooit de bioscoopzaal was van de Monopole aan de Hoogstraat. Met hun achtereenvolgende woorden werd het startsein gegeven voor de Open Monumentendagen Schiedam, die dit jaar net als in de rest van het land als thema hebben ‘plekken van plezier’.

door Jan Schrijver (foto's door Louise Melchers)

Han van der Horst (foto boven) voerde het woord als voorzitter van het Comité Open Monumentendagen Schiedam. Duncan Ruseler (tweede foto onder) als wethouder met cultuur in zijn portefeuille trad naar voren met een koffer in zijn hand, net zoals de minister van Financiën dat elk jaar doet op de derde dinsdag van september. In het koffertje van Duncan Ruseler waren aantekeningen van diens opa, onder meer over de films die hij bezocht. Zijn opa bleek een filmfanaat te zijn, die tweemaal per week naar de bioscoop ging. De aantekeningen doorspittend, had de wethouder kunnen concluderen dat vóór de Tweede Wereldoorlog Engelse films de boventoon voerden, maar dat in de oorlogsjaren veel films van Duitse en Spaanse makelij werden vertoond in de bioscoop. Aan het eind van de oorlog werd het door de angstige tijden en door stroomgebrek steeds moelijker om nog een film te zien in de bioscoop. Na de oorlog herleefde het bioscoopbezoek, met daarin weer een variatie aan films, bijvoorbeeld films uit Frankrijk en Engeland, maar vooral ook Amerikaanse. De opa van Ruseler merkte in zijn schriften op zelfs een Russische film te hebben gezien, waarbij de ondertiteling helaas bleek te ontbreken. Na de inleiding van de wethouder vatte Yvette Neuschwanger (vierde foto onder) op dichterlijke wijze de geschiedenis van de Monopole en Schiedamse monumenten samen.

Daarna was het woord aan cultuurhistoricus Paul Bassant, die bezig is met het schrijven van een proefschrift met als titel ‘Volksvermaak in Zwart Nazareth’. Hij hoopt volgend jaar op dit proefschrift te promoveren. Daarna zal het als boek te koop zijn. Voor de aanwezigen gisterochtend in de Monopole gaf hij een voorproefje. In distillateursstad Schiedam namen kroegen een prominente plaats in. Vanaf 1881 kwam er op dit gebied regulering. Zo werd het aantal café-vergunningen in een stad tot een maximum beperkt. Ook kwamen er discussies en vervolgens regels over de openingstijden, maar ging het ene café dicht, dan was in de buurt wel een café te vinden dat de deuren nog niet gesloten had. Hij liet een dia zien van het tramhuis op de Koemarkt (derde foto onder). Ook dit tramhuis had een drankvergunning en bleek het etablissement te zijn met de ruimste openingstijden.

Dames in cafés waren ongewenst, zo haalde Bassant aan. Die moesten voor huishouden en kinderen zorgen. Werken in een café was ook taboe voor vrouwen, tenzij je de eigenares was of  familie van de eigenaar. Bij uitzondering werd dispensatie verleend aan vrouwen om in een café te werken; zij kregen dan een pasje. Formeel heeft het tot 1977 geduurd dat deze beperkende regels ten aanzien van het werken van vrouwen in een café hebben gegolden, aldus Bassant. Waar hij zich ook over verwonderde is dat er decennia lang starre regels golden voor muziek in cafés. Om muziek te laten maken in een café had je een muziekvergunning nodig. Er waren, wat we nu heel vreemd zullen vinden, bizarre regels ten aanzien van het soort muziek. Zo werd accordeonmuziek niet toegestaan, tenzij behalve de accordeonist ook een violist speelde. Zingen bij de muziek was uit den boze.

Maatschappelijk werden de positieve kanten van cafés in Schiedam wel gezien. Tot de jaren vijftig waren veel arbeiderswoningen donker, vochtig en koud. Het café was dan een toevluchtsoord. Cafés waren een broedplaats voor verenigingen. Het was niet alleen dat verenigingen er ontstonden. Ook dienden de cafés veelal als ruimte voor de vergaderingen en andere bijeenkomsten van de verenigingen. Ook speelden de belangen van plaatselijke distillateurs een rol, die toch liever zagen dat de Schiedammer zijn borrel in eigen stad kon halen dan dat hij ervoor met de tram naar het naastgelegen Rotterdam zou gaan.

Niet alleen cafés werden door de inwoners van de stad bezocht, ook was er een ruim aanbod aan lezingen. Lezingen hadden als doel om ook de arbeider de mogelijkheid te geven zich te ontwikkelen. Volgens Bassant waren er jaarlijks zo’n duizend lezingen te bezoeken. Daar kregen de bezoeker een kopje koffie of ander drankje aangeboden. Het was wel zo verstandig om dat niet in de pauze, maar na afloop te doen, anders was het na de pauze gedaan met de publieke belangstelling voor degenen die de lezing verzorgden.

Ook vandaag, monumentenzondag 15 september, zijn verschillende monumentale plekken van plezier te bezoeken in Schiedam. In de Schiedamse binnenstad en in Schiedam Kethel zijn verschillende monumenten opengesteld. Aan de buitenzijde van de monumenten is duidelijk aangegeven, dat zij zijn opengesteld. 

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Meest gelezen: