De Schiedammer Online https://deschiedammer.nl/Portals/1/Logo/s-logo.png

Het verhaal achter de restauratie van historische reclameobjecten

Wennekers raket in ere hersteld

Wennekers raket in ere hersteld

SCHIEDAM – In het Nationaal Jenevermuseum in Schiedam zijn momenteel historische reclameobjecten van de voormalige Schiedamse distilleerderij Wenneker te zien. Ze werden teruggevonden door Henk Hettinga van het Jenevermuseum en gerestaureerd door Sjef Henderickx en Peter Heijnsbroek. Ik sprak met Sjef en Peter over hun band met deze objecten.

door Louise Melchers

Sjef (74): “Jenever heeft mijn leven gered. Ik ben in 1944 geboren en heb als baby de hongerwinter overleefd. Mijn vader werkte vaak voor distillateurs en kreeg af en toe een fles jenever, die konden mijn ouders dan verkopen of ruilen voor voedsel. Daardoor ben ik in leven gebleven.”

Ook Peter (74), zoon van een aannemer, heeft heel zijn leven al iets met gedistilleerd gehad. Zijn overgrootouders kwamen uit Schotland en waren werkzaam in de whisky-industrie.

Sjef en Peter leerden elkaar kennen op de Rooms-Katholieke Basisschool St. Jozef in de Nassaulaan, waar ze in dezelfde klas terechtkwamen. Ook Fons van der Tuijn, een zoon van de eigenaar van distilleerderij Wenneker, zat in diezelfde klas. Peter: “Af en toe mochten we in de tuin spelen en heel soms mochten we ook even naar binnen in het woonhuis.”

Sjef: “Mijn overgrootvader van moederskant, was afkomstig uit Westernkotten in Westfalen en was daar brandewijnstoker. Mijn grootvader, Kasparus Kemper, is in Schiedam geboren en ging werken bij P. Melchers op de Lange Haven in het pand waar nu het Jenevermuseum zit. Veel mensen die in de jeneverindustrie werkten, kwamen oorspronkelijk uit Duitsland. Ik heb nog een foto waarop mijn moeder als meisje van een jaar of 11 voor de ingang van dit pand staat. Waarschijnlijk ging ze een pakje brood naar mijn opa brengen. Ook mijn opa staat op die foto, hij is bezig met de vaten. Mijn oom, Aad Kemper, werkte later voor dit bedrijf. Hij was meesterknecht en ik herinner me nog goed dat als je de distilleerderij binnenkwam er rechts een steile stalen trap was naar een soort opzichterskamertje van glas, het kantoor van mijn oom.

Mijn opa van vaderskant kwam uit een molenaarsgeslacht en woonde in de buurt van Antwerpen. Hij trouwde een molenaarsdochter en werd molenaar. In de jaren ’20, toen de molens overgingen op stoom, werd hij aangenomen bij moutwijnfabriek Hollandia in Schiedam. Hij was een echte vakman en hij wist molenstenen zo te maken dat de opbrengst van het productieproces enorm steeg. Ik herinner me nog dat zijn handen wel getatoeëerd leken, omdat er allemaal blauwe puntjes in stonden van de steensplinters van de molenstenen, die soms onderhuids gingen zitten.”

André Henderickx, de vader van Sjef, was enorm handig. Op de ambachtsschool bij meester Van Ginkel viel hij al op door zijn vaardigheden in tekenen en schilderen en na zijn opleiding ging hij werken bij schildersbedrijf Näring dat toentertijd op de hoek van de Warande en de St. Liduinastraat zat. Hij was enorm goed in ‘houten’ en ‘marmeren’ en kon zich bij dit bedrijf ook ontwikkelen in andere bijzondere technieken.

“Hij was een talent,” vertelt Sjef. “Ik herinner me nog een mooi verhaal dat hij als 16-jarige jongen door Näring naar Bank Mees en Hope op de hoek van de BK-laan en de Nieuwe Haven werd gestuurd, die iemand zocht om te houten en te marmeren. En daar stond mijn vader, in zijn korte broek, op de stoep. ‘Wat stuur je me nu?’ was de reactie van de bankdirecteur. “Wacht maar af,” was de reactie van Näring. Niet veel later zat de jonge André sigaren te roken in de directiekamer en was iedereen zeer tevreden over het afgeleverde werk.”

In 1946 begon André samen met zijn broer Frits een eigen bedrijf, Atelier St. Lucas (genoemd naar de patroonheilige van de schilders), in een pand van Wenneker aan de Oude Sluis 7. Ze kregen in 1953 onder meer een opdracht voor het ontwerpen en vervaardigen van tien gebrandschilderde glas-in-loodramen voor de Frankelandsekerk. Deze ramen waren enorm hoog en voor het ophangen van hun werktekeningen, hadden ze dan ook een hele hoge ruimte nodig. Daarvoor mochten ze eenmalig gebruikmaken van de ruimte in de distilleerderij van Wenneker aan de Vijgensteeg 2, het huidige Wennekerpand. In de Beeldbank Schiedam is hiervan nog een foto terug te vinden met een beschrijving van de ramen.

In de 50’er jaren gaf Wenneker de gebroeders Henderickx de opdracht om allerlei reclameobjecten te maken  voor op beurzen en voor in slijterijen. Sjef: “Ik herinner me nog een enorm glas voor een beurs in Brussel, waarin allemaal flessen konden worden opgesteld (foto op Beeldbank Schiedam). Veel van die reclameobjecten heb ik nog zien maken in het atelier van mijn vader en oom.”

In 1967 vertrok Wenneker uit Schiedam en vestigde zich in Roosendaal. In Schiedam mochten ze het aantal brandewijnketels namelijk niet uitbreiden. De reclameobjecten verhuisden mee en kwamen in Roosendaal op zolder te liggen. Daar zijn ze vergeten en dat is hun redding geweest. “Gelukkig heeft de Schiedamse Sherlock Holmes, Henk Hettinga, ze terug naar Schiedam weten te halen,” aldus Sjef.

Peter: “De objecten zagen er echter niet meer uit en moesten nodig opgeknapt worden, dus we zijn aan de slag gegaan. Ik werk graag met mijn handen en vind het leuk dit soort dingen te doen. Het opknappen van dit reclamemateriaal is nostalgie. Van jongs af aan zijn we ook al met geschiedenis bezig. We hebben allebei iets met archeologie en zijn al vanaf ons 15e lid van archeologische vereniging Helenium, waar we meewerkten aan opgravingen in de Maasmond. In het boek ‘De geur van veen: Vlaardingen en de ontdekking van de Vlaardingen-cultuur’ van Leonardus Verhart staan nog foto’s van ons waarop we aan het werk zijn.”

Sjef herinnert zich nog dat de draaimolens, waarvan er nu één in het Jenevermuseum staat (zie foto), in het atelier van zijn vader gemaakt werden. Er waren er een stuk of drie en dit is de enige die is overgebleven. “Er draaiden allemaal groene kruikjes aan de kap rond. Die flesjes waren echter helemaal verdwenen, maar ik wist nog precies hoe ze eruitzagen.” Sjef liet een collega, Joost Kalkhoven, houten kruikjes maken die hij vervolgens lakte tot ze er als echte glazen flesjes uitzagen. Ook de etiketten moesten weer op schaal nagemaakt en in kleur geprint worden. Alleen het draaimechanisme van de draaimolen doet het helaas niet meer.

Daarnaast is er een tuinscène in 19e eeuwse sfeer te zien (zie foto). Het hekje was kapot en het grind moest vervangen worden, maar het was wel belangrijk dat de oude sfeer gehandhaafd bleef. Hoewel het stuk is opgeknapt, zie je nog wel dat het echt oud is.

Dat Wenneker in die jaren met zijn tijd meeging, blijkt ook uit de reclameobjecten. Er is een drietrapsraket gebouwd waarop staat: ‘Wij lanceren ze sinds 1663.’ Dit is Peters favoriete object. Hij vertelt dat ze van 3 ‘restanten’ één ‘nieuwe’ raket hebben kunnen samenstellen (zie foto boven).

Peter en Sjef zijn blij dat de reclameobjecten een plek in het Jenevermuseum hebben gekregen. In het depot liggen ook nog glas-in-loodramen van Wenneker die opgeknapt moeten worden. In de jaren ’80 werd er veel gesloopt en weggegooid, maar gelukkig is er ook nog heel wat bewaard gebleven.

De reclameobjecten zijn te zien in het Nationaal Jenevermuseum Schiedam aan de Lange Haven 74-76.

Fotobijschriften: foto boven: Peter bij de drietrapsraket van Wenneker; 1e foto onder: Sjef (links) en Peter bladeren door het boek van Verhart; 2e foto onder: detail van de draaimolen van Wenneker; 3e foto onder: de tuinscène van Wenneker

2 commentaar(en) op artikel "Wennekers raket in ere hersteld"

Wat een leuke geschienissen!

Door: Paul Melchers Op:

Mijn vader Jos, broer van distillateur Rein Melchers op wie hij heel trots was, heeft van de gebroeders Henderickx nog les gekregen in de kunst van het glas in lood. Hij heeft deze vaardigheden gebruikt als basis bij zijn emailleer stukjes die hij later maakte.

Door: Paul Melchers Op:

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Meest gelezen: